Cluster 2

Langzame Slalom

Korte omschrijving:
De bestuurder rijdt in een slalom (bochten links- en rechtsom) tussen alle pylonen door. De examinator Iet voornamelijk op het in balans houden van de motor in combinatie met een juiste bediening.

Wijze van uitvoering (beheersing voertuig)
De kandidaat:

  • rijdt in een rechte lijn aan op de eerste pylon (rijdend of vanuit stilstand) en
    rijdt na de laatste pylon weer in rechte lijn weg
  • regelt de snelheid zonodig met behulp van gas geven en de voetrem. Het gebruik van een slippende koppeling is verplicht
  • stuurt vanuit de heupen of door verdraaiing van het stuur
  • rijdt met een combinatie van linker en rechterbochten om alle pylonen een slalom.

Denkbeeldige Acht

Korte omschrijving:
De bestuurder rijdt een complete acht binnen een rechthoek.

Wijze van uitvoering (beheersing voertuig)
De kandidaat:

  • rijdt aan één van de korte kanten aan de rechterzijde de recht hoek in
  • rijdt met een licht trekkende motor - rijdt naar het einde van de rechthoek
  • begint de acht met een linkerbocht (halve draai)
  • benut de juiste wijze van afschuinen om de bochtstraal te verkleinen
  • houdt een gelijkmatige snelheid aan en gebruikt, indien nodig, daarvoor de voetrem en eventueel een slippende koppeling
  • rijdt één complete acht.

Halve Draai

Korte omschrijving:
De bestuurder maakt binnen een denkbeeldige rijbaan breedte in één vloeiende beweging een halve draai naar links of naar rechts.
Deze keuze is aan de examinator.

Wijze van uitvoering (beheersing voertuig)
De kandidaat:

  • rijdt aan de linker- dan wel de rechterzijde in
  • rijdt met een licht trekkende motor
  • zet de halve draai in na de tweede pylon en rijdt in een vloeiende beweging voor de denkbeeldige achterlijn terug in de richting vanwaar is gestart
  • benut de juiste wijze van afschuinen om de bochtstraat te verkleinen
  • houdt de snelheid zo constant mogelijk en gebruikt, indien nodig, daarvoor de voetrem en eventueel een slippende koppeling.

Stapvoets rijden

Korte omschrijving
De bestuurder rijdt stapvoets in een rechte lijn. De examinator let voornamelijk op snelheid, balans en een juiste bediening.

Wijze van uitvoering (beheersing voertuig)
De kandidaat:

  • komt recht aanrijden
  • rijdt met een licht trekkende motor
  • houdt over een afstand van twintig meter de snelheid van een voetganger aan
  • rijdt zoveel mogelijk in een rechte lijn mee met de (meelopende) examinator
  • houdt de snelheid zo constant mogelijk en gebruikt daarvoor een slippende koppeling en eventueel de voetrem
  • komt tot stilstand vóór het aangegeven richtpunt (gebruik van de voorrem is hierbij toegestaan)
  • houdt tijdens het rijden de voeten op de voetsteunen.

Wegrijden uit een parkeervak

Korte omschrijving
De bestuurder rijdt vanuit stilstand een gecontroleerde bocht naar links dan wel rechts.

Wijze van uitvoering (beheersing voertuig)
De kandidaat:

  • plaatst de motor haaks op de rijbaan met het voorwiel tegen de (denkbeeldige) rijbaan. De examinator geeft vervolgens aan in welke richting de kandidaat moet wegrijden
  • rijdt in een gecontroleerde bocht haaks weg en rijdt vervolgens enkele meters rechtuit
  • blijft binnen de gemarkeerde rijbaan
  • houdt tijdens stilstand de linker- of rechtervoet aan de grond
  • regelt de snelheid met gas, koppeling en eventueel de voetrem.

Wie is online

We hebben 25 gasten en geen leden online

Fanbox